JACHT

Hoe afkeurenswaardig dit ook is, er kan om verschillende redenen gejaagd worden in Flevoland. Ten eerste is er de hobbyjacht. Hoewel dieren beschermd worden in de Natuurbeschermingswet, zijn er vijf diersoorten waarop in het jachtseizoen vrij gejaagd mag worden. Dit zijn wilde eend, fazant, houtduif, haas en konijn. Dit geldt voor heel Nederland. Het jachtseizoen is per diersoort vastgesteld, maar loopt vaak van 15 oktober tot 31 januari. 


Dan zijn er soorten die door middel van een vrijstellingsbesluit landelijk zijn vrijgesteld. Dit zijn vos, zwarte kraai, kauw en Canadese gans, maar bejagen mag alleen als er belangrijke schade aan landbouwgewassen kan optreden. In dat geval mag er op  houtduif en konijn ook buiten het jachtseizoen geschoten worden. Ook mag er op zogenaamde exoten geschoten worden. Dit zijn met name genoemde soorten die van nature niet in Nederland voorkomen, zoals de wasbeer en de Indische gans. 


Onder het mom van schadebestrijding kunnen provincies ook voor andere dieren ontheffingen verlenen. Zo zijn in Flevoland in het recente verleden ontheffingen afgegeven voor het afschieten van onder meer ganzen, vossen, reeën en zelfs knobbelzwanen. Soms vindt men dat er nog andere dringende redenen zijn om dieren af te schieten zoals vermeende overlast of de veiligheid van het (lucht)verkeer.

WAT VINDEN WIJ?


Het doden van dieren om geen andere reden dan voor het plezier van de  jagers vinden wij getuigen van gebrek aan respect voor de natuur. Daarbij komt dat de jacht leidt tot veel en soms afschuwelijk dierenleed. Veel dieren, vooral vogels, lopen of vliegen met hagelkorrels in het lijf. In het wild levende dieren moeten zoveel mogelijk in vrijheid kunnen leven en ook op natuurlijke wijze kunnen sterven. 


Het is heel vreemd dat het wildbeheer en schadebestrijding in handen wordt gegeven van jagers. Zij kennen immers maar één methode om te beheren en om schade te bestrijden, het geweer. Dit zou  afgelopen moeten zijn, maar de wet verhindert dat op dit moment.


Dan bestaat er een breed gedragen misvatting, die in leven gehouden wordt door de jagers, dat schadebestrijding door middel van afschot helpt. Hiervoor is nog nooit wetenschappelijk bewijs geleverd. Voor ieder dier dat gedood wordt, komt een ander dier in de plaats. Bekend is dat wilde zwijnen voor steeds meer nakomelingen gaan zorgen naarmate er meer afgeschoten worden. Het voedselaanbod bepaalt het aantal dieren dat in een bepaald gebied leeft, totdat er een evenwichtssituatie ontstaat. Alleen uit eigen belang verstoren jagers dit evenwicht telkens weer.  


De totale schade die aan de landbouw berokkend wordt door alle dieren in totaal, inclusief alle kosten (waaronder de jacht op deze dieren) bedraagt slecht 1,5 tot 2% van de totale landbouwopbrengst. Dit risico kan ingecalculeerd worden en boeren kunnen zelf een fonds vormen in het geval een individuele boer onevenredig hard door schade getroffen wordt. Dan hoeft niet zoals nu de gemeenschap daarvoor op te draaien.

WAT DOEN WIJ?


Wij willen er in ieder geval voor ijveren dat de hobbyjacht wordt afgeschaft. Zolang dat niet het geval is zullen wij trachten de hobbyjacht met alle geoorloofde middelen te verhinderen. Alle ontheffingen die afgegeven worden in het kader van de schadebestrijding zullen wij zeer kritisch volgen. Waar mogelijk en nodig maken wij bezwaar of gaan tegen besluiten in beroep bij de rechter. Dit doen wij zeker als blijkt dat het afgeven van de ontheffingen onzorgvuldig of onnodig is gedaan.

Maar wij geven ook voorlichting aan boeren hoe zij, op een veel betere wijze dan door jacht, schade aan hun gewassen of hun vee kunnen voorkomen. Ook willen wij door middel van publieksvoorlichting de feiten over de jacht en het ontbreken van de noodzaak daarvan breder bekend maken in Flevoland.

LAATSTE NIEUWS

1/6